“Uw geloof heeft u geheel gemaakt”
Door Ricardo Gaiye, Angola. Vrijdag, 12 december 2025.
“Indien ik alleen Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden” (Matthéüs 9:21). Het was een arme vrouw, die deze woorden sprak, een vrouw die twaalf jaar lang aan een ziekte had geleden, die haar leven tot een last maakte. Ze had al haar geld uitgegeven aan dokters en geneesmiddelen, maar was uiteindelijk ongeneeslijk verklaard. Maar toen ze over de Grote Heelmeester hoorde, herleefde haar hoop. Ze dacht: “Als ik maar dichtbij genoeg kon komen om met Hem te praten, zou ik misschien genezen kunnen worden.”
Christus was op weg naar het huis van Jaïrus, de Joodse rabbi die Hem had gesmeekt om te komen en zijn dochter te genezen. De hartverscheurende smeekbede: ‘Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt, en de handen op haar legt, opdat zij behouden wordt, en zij zal leven’ (Markus 5:23), had het tedere, meelevende hart van Christus geraakt, en Hij vertrok onmiddellijk met de overste naar zijn huis.
“Zij vorderden maar langzaam, want de menigte drong van alle kanten op Christus aan. Op Zijn weg door de menigte kwam de Zaligmaker dicht bij de plaats, waar de gekwelde vrouw stond. Telkens opnieuw probeerde ze tevergeefs dicht bij Hem te komen. Nu kwam haar kans. Zij kreeg geen gelegenheid om Hem aan te spreken. Zij wilde Hem niet hinderen in Zijn trage voortgang. Maar zij had gehoord, dat er genezing van Hem uitging door aanraking van Zijn klederen; en bang om haar enige kans op verlichting te verliezen, drong zij vooruit, tot zichzelf zeggend: “Indien ik slechts Zijn kleed aanraak, zal Ik behouden worden”.
Christus kende elke gedachte in haar geest en Hij was op weg naar de plaats, waar zij stond. Hij besefte haar grote nood en Hij hielp haar om geloof te oefenen. Terwijl Hij passeerde, reikte zij vooruit en slaagde er maar net in, de zoom van Zijn kleed aan te raken. Op dat moment wist zij, dat zij genezen was. In die ene aanraking was het geloof van haar leven geconcentreerd en onmiddellijk verdwenen haar pijn en zwakte. Ogenblikkelijk voelde zij een tinteling, alsof een elektrische stroom door elke vezel van haar wezen ging. Er kwam een gevoel van volkomen gezondheid over haar. “En zij bemerkte aan haar lichaam, dat zij van haar kwaal genezen was” (vers 29).
De dankbare vrouw wilde haar dank brengen aan de Machtige Heelmeester, die haar in die ene aanraking meer goed had gedaan dan de artsen gedurende twaalf lange jaren; maar zij durfde niet. Met een dankbaar hart trachtte zij zich uit de menigte terug te trekken. Plotseling bleef Jezus staan, keek om Zich heen en vroeg: “Wie heeft Mij aangeraakt?”
Hem in verbazing aankijkend zei Petrus: “Meester, de scharen drukken en verdringen U, en Gij zegt, wie heeft Mij aangeraakt?” (Lukas 8:45).
“Iemand heeft Mij aangeraakt, zei Jezus; want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan.” Hij kon de aanraking des geloofs van een toevallige aanraking van de zorgeloze schare onderscheiden. Iemand had Hem aangeraakt met een diepe bedoeling en had antwoord ontvangen.
Christus stelt de vraag niet voor eigen informatie. Hij had een les voor het volk, voor Zijn discipelen en voor de vrouw. Hij wenste de gekwelden met hoop te inspireren. Hij wilde laten zien, dat het geloof was, dat de genezende kracht had gebracht. Aan het vertrouwen van de vrouw mocht niet zonder uitleg voorbijgegaan worden. God moest verheerlijkt worden door haar dankbare belijdenis. Christus wilde haar doen begrijpen, dat Hij haar geloofsdaad op prijs stelde.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 42-44.
Mijn ervaring aan het bed
In 1996 was ik ernstig ziek, mijn leven hing aan een draadje, en ik was bereid om naar elk openbaar of privéziekenhuis te gaan, ondanks hun afhankelijkheid van conventionele medische praktijken, vaak gebaseerd op spiritualistische tradities. Gelukkig kwam ik terecht in een zorginstelling, waar de lichten dag en nacht aan waren. Daar ben ik uiteindelijk meer dan een jaar gebleven.
In deze instelling verliep de aanbevolen weg naar herstel anders dan ik had verwacht. De eerste paar maanden was het recept rauw voedsel eten, het woord van God bestuderen en naar lezingen luisteren. Bijna een half jaar later, pas nadat het personeel zich eerst had gericht op de genezing van mijn ziel, kwam uiteindelijk de fysiologische genezing die de twee belangrijkste problemen aanpakte, die me in eerste instantie naar deze instelling hadden geleid.
Ik was er tegelijk met een jonge patiënte, die door haar grootmoeder werd begeleid. Haar medische toestand was erbarmelijk. Ze verkeerde in een kritieke toestand, kon niet bewegen of voor zichzelf zorgen en had constante zorg nodig. In de laatste dagen van haar leven bleef de jonge vrouw bedlegerig en kreeg ze zorg en ondersteuning, terwijl ze kampte met zeer ernstige gezondheidscomplicaties.
Haar grootmoeder, die een zeer gebedsvol persoon was, huilde op de schoot van haar kleindochter. De jonge vrouw had blijkbaar hulp gezocht in bijna alle grote ziekenhuizen en alle beschikbare middelen gebruikt, maar ze kon de aandoening, waarmee ze kampte, nog steeds niet overwinnen. Als laatste redmiddel drong de grootmoeder er nu sterk bij de jonge vrouw op aan, dat ze haar zonden aan God moest belijden, en redeneerde wanhopig in overeenstemming met het Bijbelse spreekwoord: “Alzo zal een vloek, die zonder oorzaak is, niet komen.” (Spreuken 26:2, laatste deel).
“Satan is de oorsprong van ziekte, en de arts voert strijd tegen zijn werk en macht. Ziekten in de geest komen overal voor. Negen van de tien kwalen, waaraan mensen lijden, vinden daar hun oorsprong. De problemen, misschien van thuis, waar sommigen mee rondlopen, zijn als een kanker, die de ziel aanvreet en de levenskrachten verzwakt. Schuldgevoel over de zonde ondermijnt soms de gezondheid en brengt de geest uit zijn evenwicht.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 363.
De oprechte smeekbede van de toegewijde grootmoeder raakte kennelijk een gevoelige snaar in het hart van de jonge vrouw. Plotseling, tot ieders schrik, gaf de patiënte openhartig een beschrijving van een zeer afschuwelijke praktijk, die ze in haar leven had begaan en die in flagrante tegenspraak met God was geweest. Als gevolg van dat gedrag in haar jeugd had ze het gevoel gehad, dat ze onder een zware vloek leed, die zich uiteindelijk manifesteerde in deze lichamelijke kwaal.
Ze had al geruime tijd gehoopt op genezing met medicijnen, maar haar toestand was alleen maar verergerd.
Nu voelde de jonge vrouw de behoefte om de waarheid onder ogen te zien over de ongerechtigheid, die haar ziel al lang kwelde, en erkende ze haar grote behoefte aan Christus, de enige Redder van zondaars. Op dat moment baden degenen, die haar tragische geschiedenis hoorden, vurig voor haar.
Uit deze ervaring valt een les te trekken:
“De arts heeft meer nodig dan menselijke wijsheid en kracht om te weten, hoe hij de vele moeilijke gevallen van kwalen van de geest en het hart, waarmee hij te maken krijgt, moet behandelen. Als hij onbekend is met de kracht van de goddelijke genade, kan hij de zieke niet helpen, maar zal hij de kwaal verergeren; als hij echter een vast vertrouwen in God heeft, zal hij in staat zijn de zieke, verwarde geest te helpen. Hij zal zijn patiënten op Christus kunnen wijzen, en hun kunnen leren met al hun moeite en zorgen naar Hem te gaan, Die alle lasten draagt.
Er is een door God aangewezen verband tussen zonde en ziekte. Geen arts kan een maand lang zijn praktijk uitoefenen zonder dit geïllustreerd te zien. Hij kan het begeren; zijn geest kan zo in beslag worden genomen door andere zaken, dat het hem niet opvalt, maar als hij een goed waarnemer is, dan kan hij er niet onderuit te erkennen, dat zonde zich tot ziekte verhoudt als oorzaak en gevolg. De arts moet snel zijn om dit te onderkennen en overeenkomstig te handelen. Wanneer hij het vertrouwen heeft gewonnen van de zieken, door hun lijden te verlichten en hen bij de rand van het graf weg te halen, kan hij hen er op wijzen, dat ziekte het gevolg is van zonde, en dat het de gevallen vijand is, die hen tot gewoonten wil verleiden die de gezondheid en de ziel verwoesten. Hij kan hen aan het verstand brengen, dat het noodzakelijk is om zichzelf te verloochenen en de wetten van leven en gezondheid te gehoorzamen. In het bijzonder kan hij de jeugd goede principes bijbrengen. God houdt van Zijn schepselen met een liefde, die zowel teder als krachtig is. Hij heeft de wetten van de natuur ingesteld, maar Zijn wetten zijn geen willekeurige, buitensporige eisen. Ieder “gij zult zien”, in zowel de natuurwetten als de morele wet, impliceert een belofte.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 363-364.
Nadat de jonge vrouw in de instelling haar zonden aan God had beleden, zag je diepe vrede op haar gezicht. We beseften allemaal, dat deze vrede niet van binnenuit haar kwam. Het kwam door die hemelse vrede, die alleen in Jezus Christus te vinden is.
Ja, na enige tijd begonnen de ernstiger symptomen in haar fysieke toestand af te nemen, maar toen zei ze: “Nu moet ik rusten. Alstublieft, ik moet rusten. Ik moet rusten.” Ze beschouwde al het lijden dat ze had doorstaan als eenvoudig een gevolg van die rebelse levensstijl, maar nu herkende ze de schoonheid en eeuwige wijsheid van de Almachtige in wiens liefdevolle zorg ze nu rustte. Het duurde niet lang voordat ze overleed, vredig en in Zijn tedere genade.
Christus’ plan voor heelheid (gezondheid)
Christus wil graag hoop geven aan de gekwelden en laten zien dat geloof in Hem genezing en herstel van ziel en lichaam brengt.
Overal ter wereld hebben miljoenen mensen hulp nodig, van de eenvoudigste tot de meest complexe gevallen. Wat is het grootste probleem? De psalmist erkent de geestelijke dimensie voor God: “Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde” (Psalm 38:4).
De meeste mensen weten wel, dat het belangrijk is om een gezond dieet te volgen, gebaseerd op fruit, groente en zuiver water. Daarnaast is het belangrijk om te bewegen, te rusten, te zonnebaden, veel frisse lucht in te ademen, etc. Maar misschien is mentale en geestelijke gezondheid wel het allerbelangrijkste. Deze verwaarlozen we allemaal nogal eens.
Velen volgen een streng dieet, kiezen hun eten religieus uit en voegen in veel gevallen voedingssupplementen toe. Anderen staan ’s morgens rigoureus op, en velen zelfs al voor het slapengaan, om te sporten. Desondanks voeden ze zich met trots, ijdelheid, lust, onverschilligheid en minachting voor anderen, en verwaarlozen ze de beste fysieke oefening ter wereld (zendingswerk, het evangelie met onze voeten op de grond, wandelen, snelwandelen, rennen om het evangelie te verspreiden). En er zijn nog steeds mensen, die zich zorgen maken over vroeg naar bed gaan om voor hun lichaam en hun emotionele welzijn te zorgen, wat natuurlijk goed en niet fout is. Toch kan al die intellectuele activiteit, te midden van hun werk, zaken of studie, inderdaad worden gemotiveerd door een egoïstische, hebzuchtige ambitie voor winst en plezier in deze voorbijgaande wereld. Ze zijn niet bereid dezelfde offers te brengen, als het gaat om zendingswerk, het ondersteunen van gehandicapten, zieken en mensen die getroffen zijn door de pijn van de dood of rampen. Met dergelijke gewoonten verwerven ze, in veel onomkeerbare gevallen vaak, zowel op de korte als op de lange termijn, pijn, zowel fysieke, mentale en geestelijke ziekten voor zichzelf.
De ware bron van fysieke, mentale en geestelijke gezondheid is God, de liefhebbende Vader, en Jezus, de grote Heelmeester. De verbinding van de menselijke geest met de geest van Christus, die kracht geeft aan de geest, de ziel, de neuronen en de vitale organen, geeft ook vitaliteit aan het hele lichaam, en voorkomt zo ziekte en geneest zieke lichamen.
Het uitroeien van de gal van bitterheid
Als colporteur werd ik uitgenodigd om een lezing te geven in de drukkerij van een grote nationale bank. Ik presenteerde onze boeken aan hen, waaronder het boek ‘Schreden naar Christus’. Aan het einde van de lezing nam de afdelingsdirecteur me mee naar zijn kantoor en stelde me voor aan een magere, bloedarme jongeman met lang haar, een misvormd gezicht en een tumor op zijn knie, hij liep mank en bewoog zich met veel ongemak. Hij had last van pijn op de borst en rugpijn.
Ik vroeg hem, waarom hij in deze toestand verkeerde, en hij vertelde me, dat hij bij zijn vader, moeder en drie broertjes woonde. Toen zijn vader ernstig ziek werd en uiteindelijk overleed, kocht een van zijn vaders beste vrienden de autoriteiten om en vervalste de documenten van het huis, waar hun gezin in het centrum woonde. Hij beweerde tegenover de rechtbank, dat het huis van hem was. De rechtbank stemde toe en het hele gezin werd op straat gezet.
Dit ongelukkige gezin kon nu nergens meer heen, en zelfs hun familieleden wilden niets meer van hen weten. Uiteindelijk kwam er op het moment, dat ze het het minst verwachtten een man langs, die een oude hut naast een markt voor hen vond, waar ze een pauperleventje begonnen.
Deze frustrerende ervaring wekte een gevoel van woede en wrok op bij de jongeman. Zijn drie broers moesten hun studie opgeven vanwege geldgebrek; zijn moeder kreeg een psychische crisis, een hoge bloeddruk crisis en verloor haar gezichtsvermogen, en door dit trauma leed één broer aan epilepsie. Hoewel ook deze jongeman ziek was, was hij de enige die zijn familie ook maar enigszins kon steunen. Door zijn verzwakte gezondheid had hij de universiteit moeten verlaten en geen enkel bedrijf wilde hem in dienst nemen. Toen nodigde de bankmanager, een meelevende man met een goed hart, hem uit om met hem mee te werken op zijn afdeling, om de administratie en dozen op te ruimen en de vuilnis op te ruimen. Aan het eind van de maand, elke keer dat de manager zijn salaris ontving, gaf hij een klein bedrag aan deze jongeman. De jongeman zei, dat hij wachtte op een operatie aan zijn knie, misschien om zijn been te amputeren, maar dat die dag nooit zou komen, vanwege een gebrek aan middelen. Toen liet ik hem kennismaken met Jezus Christus, de Heer die de ziel geneest. Hij was dankbaar en nam het boek ter hand om te lezen. Een week later liet ik hem kennismaken met Christus’ vergeving, en met tranen in zijn ogen aanvaardde hij die vanzelfsprekend. Ik vroeg hem toen om de man te vergeven, die zijn familie te schande had gemaakt.
“Hoe kan ik iemand vergeven die mij, mijn moeder en mijn broers zoveel ongeluk heeft bezorgd?” vroeg hij. Ik smeekte hem om God in zijn hart te laten werken en deze strijd aan de Heer over te laten. Na een tijdje stemde hij er uiteindelijk mee in om te vergeven.
Ik ging naar huis en vertelde het aan mijn vrouw, die destijds geneeskunde studeerde. Ze pakte een emmer, maakte wat klei klaar om mee te nemen, plus nog meer zakken droge klei en wat kool en uien. We brachten dit alles naar het huis van de jongeman. Ze begon klei op de knie van de jongeman te leggen en gaf hem instructies van de Geest der Profetie over het onthouden van schadelijk voedsel en het overvloedig eten van verse, natuurlijke, plantaardige voeding. Tegelijkertijd gaven we zijn broer en moeder medicijnen.
Ja, de Heer gebruikt natuurlijke middelen als genezende kracht, maar een belangrijk element in het herstelproces is vaak ook het besef van het volgende:
“Eén van de meest voorkomende zonden, waaraan met de meest verderfelijke gevolgen wordt toegegeven, is het koesteren van een niet vergevingsgezinde geest. Hoe velen koesteren gevoelens van vijandigheid of wraak, terwijl zij zich vervolgens voor God buigen en vragen om vergeving te ontvangen, zoals zij vergeving schenken. Zij zullen zeker de draagwijdte van dit gebed niet beseffen, anders zouden zij het niet in hun mond durven nemen. Wij zijn iedere dag en elk uur afhankelijk van de vergevende genade van God; hoe kunnen wij dan verbittering en boosaardige gevoelens koesteren tegenover onze medezondaren!” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 141.
De meest bevoorrechten op aarde
Wij zijn de meest bevoorrechte mensen in de geschiedenis van de wereld. We leven in een tijd van het grootste goddelijke licht met de Bijbel en de Geest der Profetie. We genieten werkelijk een uniek voorrecht beloond te worden met de leringen vervat in de Geest der Profetie. Daarin beschrijft de Heer duidelijk, hoe we moeten eten, ons moeten kleden, met elkaar omgaan en onze zaken moeten regelen. Het bevat de beste emotionele en geestelijke ondersteuning. We moeten nauwgezet te werk gaan om deze leringen aan iedereen bekend te maken, het gebruik van verfijnde, ultra bewerkte voedingsmiddelen te ontmoedigen en de beginselen van de wereld en wetenschappelijke beweringen te vermijden, die niet worden ondersteund door het Woord van God en de Geest der Profetie. We moeten een diepe verbinding met God nastreven, de enige absolute Borg voor ons fysieke en psycho-emotionele welzijn.
De ware bron van genezing
“De Verlosser openbaarde in Zijn wonderen de macht, die voortdurend aan het werk is ten behoeve van de mens, om hem kracht te geven en te genezen. Door middel van de natuur werkt God dag aan dag, uur na uur, van moment tot moment, om ons in leven te houden, ons op te bouwen en te herstellen. Wanneer enig lichaamsdeel letsel oploopt, wordt onmiddellijk een herstellingsproces begonnen; de natuurlijke krachten treden in werking om de gezondheid te herstellen. Maar de kracht, die door deze middelen werkt, is de kracht van God. Alle leven gevende kracht is van Hem. Wanneer iemand van een ziekte herstelt, is het God Die hem geneest. Ziekte, lijden en dood zijn het werk van een vijandige macht. Satan is de vernietiger; God is de Hersteller.
De woorden, tot Israël gesproken, zijn ook vandaag nog waarheid voor hen, die gezond worden naar lichaam en geest; “Ik ben de Heer, uw Heelmeester.” (Exodus 15:26). De wens van God voor ieder mens wordt uitgedrukt in de woorden: “Geliefden, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat.” (3 Johannes 2). Hij is het, die “al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest; die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid.” (Psalm 103:3-4).” –De Weg tot Gezondheid, blz. 83.
In deze verhalen en passages zien we een duidelijke waarheid: geestelijke genezing kan vaak een groot verschil maken in het bevorderen van fysieke genezing. Geloof en berouw hebben de kracht om het lichaam op een unieke manier te versterken. De vrouw, die Jezus’ kleed aanraakte, werd genezen door haar geloof, wat ons laat zien dat ook wij tot Hem moeten komen. Wanneer we zo ons door zonde zieke, gebroken hart openen om Zijn genade te ontvangen, ervaren we de realiteit dat “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:9). “Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.” (Psalm 23:3).
Wat houdt u misschien tegen om te genieten van de grote vrede, die God te bieden heeft? Hebt u uw hart onderzocht om te zien of er misschien een zonde is, die u niet hebt herkend of een last die u nog steeds met u meedraagt? Misschien weerhoudt trots u ervan om Zijn genade ten volle te ervaren. Denk hier eens over na: wat moet u loslaten om heel te worden? Welke verborgen strijd verhindert u mogelijk om vrede te vinden? God ziet het allemaal, en Zijn helende genade is beschikbaar voor iedereen, die Hem met nederigheid benadert.
Wend u tot Christus, degene die zowel ziel als lichaam geneest. Belijd uw zonden, laat dingen los die uw genezing belemmeren, vertrouw op Zijn grenzeloze kracht en u zult vrede en volledig herstel vinden. Hij heeft beloofd: “Ik ben de HEERE, die u geneest” (Exodus 15:26), en Zijn woord faalt nooit. Zoek eerst de genezing van uw ziel door Hem, die onze pijn en verdriet op Zich heeft genomen, en al het andere zal op zijn plaats vallen volgens Zijn wil. Amen!