Het verwerpen van de beginselen van de wereld
Samengesteld door de staf van Reformation Herald
De apostel Paulus gebiedt ons: ‘Ziet toe, dat niemand u als een roof meevoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus’ (Kolossensen 2:8). Sommige van deze wereldse tradities omvatten valse ideeën en leringen, zoals:
- Alle aardse bemiddelaars, mannelijk of vrouwelijk, die verondersteld worden tussen Christus en de mensheid te komen. Een dergelijke veronderstelling is een mythe, ‘Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus’ (1 Timótheüs 2:5).
- Tijdelijke heerschappij en de leer van de aflaten, waardoor vergeving van zonden verondersteld kon worden gekocht of verkocht. Integendeel, er is slechts één prijs voor onze redding: het kostbare bloed van Christus. (Zie 1 Korinthe 6:20.)
- Transsubstantiatie (wezensverandering), waarbij de Schriftuurlijke verordening van het Avondmaal wordt vervangen door een afgodisch offer dat beweert, dat het symbolische brood en de wijn het werkelijke, letterlijke lichaam en bloed van Christus zijn. Zie daarentegen de werkelijke leer uit de Bijbel in 1 Korinthe 10:16; 11:23-26.
- Valse leringen over de toestand van de doden en het einde van de goddelozen. Zie daarentegen Job 14:7-14; Psalm 146:4; Prediker 9:5-6, 10; Psalm 37:10, 20, 38; 145:20; Openbaring 20:9. De populaire theologie leert, dat de verloste mensen al in de hemel zijn, bekend met alles wat hier op aarde plaatsvindt, vooral in het leven van vrienden en familieleden. Voor de werkelijke waarheid, zie 1 Korinthe 15:50-55; 1 Thessalonicensen 4:13-17; Johannes 14:1-3.
- Het idee, dat de wereld geschapen is in een onbepaalde, lange periode van tijd, in plaats van in zes letterlijke dagen van 24 uur, die elk in Genesis hoofdstuk 1 zijn opgetekend als een avond en een morgen.
- De valse theorie van een tijdelijk millennium van vrede en welvaart om de overledene een tweede kans op verlossing te bieden. Maar in werkelijkheid is het ‘gelijk het de mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel’ (Hebreeën 9:27).
- Universalisme (de leer dat alle mensen uiteindelijk gered zullen worden) en de ontkenning van de voorwaardelijke aard van verlossing in tegenstelling tot Matthéüs 7:21; Openbaring 3:5; 22:14.
- De valse leer van ‘geloof en geloof alleen’ in tegenstelling tot Jakobus 1:22-25; 2:14-17. “Het verlangen naar een gemakkelijke godsdienst, die geen strijd, geen zelfverloochening, geen prijsgeven van de dwaasheden van deze wereld vereist, heeft de leer van de zaligmaking door het geloof, en het geloof alléén, heel populair gemaakt. Maar wat zegt Gods Woord hierover?… De uitspraken van Gods Woord weerleggen deze misleidende leer van het geloof zonder de werken. Men getuigt niet van geloof, als men aanspraak meent te kunnen maken op Gods gunst zonder te voldoen aan de voorwaarden om genade te ontvangen. Het is buitengewoon aanmatiging; want het ware geloof is gegrondvest op de beloften en geboden van de Schrift.” –De Grote Strijd, blz. 436-437.
- De verdraaide leer van ’eens gered, altijd gered’. Ezechiël 18:23-26; Mattheüs 24:13 toont de aanmatigende aard van deze dwaling. Voorbeelden in 1 Koningen 13:26 en 2 Petrus 2:15-20 verschaffen verdere verduidelijking. De Schrift leert geen bevooroordeelde, onvoorwaardelijke selectie zonder verantwoording in reactie.
- De gevaarlijke filosofie dat de mensheid zelfvoorzienend is en dat men alleen zijn/haar aangeboren krachten hoeft te ontwikkelen. We worden hiervoor gewaarschuwd in Jeremia 13:23; Johannes 15:5; Kolossensen 2:8. Het gevaar is dit: “Als Satan de menselijke geest zo kan vertroebelen en misleiden, dat stervelingen denken, dat er een inherente kracht in henzelf is om grote en goede werken te verrichten, dan houden ze op te vertrouwen op God om voor hen te doen, wat ze denken dat er in henzelf de kracht is om te doen. Ze erkennen geen superieure kracht. Ze geven God niet de glorie, die Hij opeist, en die toekomt aan Zijn grote en voortreffelijke Majesteit. Satans doel wordt aldus bereikt en hij juicht, dat gevallen mensen aanmatigend zichzelf verheft, zoals hij zichzelf in de hemel verheven heeft en eruit werd gegooid. Hij weet, dat als de mens zichzelf verheft, zijn ondergang net zo zeker is als de zijne.” –The Bible Commentary, vol. 6, blz. 1114.
Titus 1:16 onthult, dat degenen, wiens geest en geweten verontreinigd zijn, ‘belijden, dat zij God kennen; maar zij verloochenen Hem met de werken, alzo zij gruwelijk zijn, en ongehoorzaam, en tot alle goed werk ongeschikt’. Net zoals toen de toren van Babel werd gebouwd, “zijn er in onze tijd torenbouwers. Ongelovigen baseren hun theorieën op de veronderstelde afleidingen van de wetenschap en verwerpen het geopenbaarde woord van God. Zij matigen zich aan om een oordeel te vellen over Gods morele bestuur; zij verachten Zijn wet en pochen op het toereikende van de menselijke rede…
In de belijdend christelijke wereld keren velen zich af van de duidelijke leringen van de Bijbel en bouwen op een geloofsbelijdenis uit menselijke speculaties en aangename fabels, en ze wijzen naar hun toren als een manier om naar de hemel te klimmen. Mensen hangen met bewondering aan de lippen van welsprekendheid terwijl het leert, dat de overtreder niet zal sterven, dat verlossing kan worden veiliggesteld zonder gehoorzaamheid aan de wet van God. Als de belijdende volgelingen van Christus Gods standaard zouden accepteren, zou het hen tot eenheid brengen; maar zolang menselijke wijsheid boven Zijn Heilige Woord wordt verheven, zullen er verdeeldheid en onenigheid zijn.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 294.
Vermenging van kerk en staat
Door de gunst van niet-kerkelijke regeringen te zoeken door Schriftuurlijke principes te compromitteren om voordelen van de staat te verkrijgen, gaat het belijdende christendom een geestelijk overspelige relatie aan waartegen gewaarschuwd wordt in Jakobus 4:4; Openbaring 17:1-2.
En wat te denken van valse opwekkingen, die geleid worden door een andere geest dan de Heilige Geest van God?
Ware tegenover valse opwekking
De boodschap van de tweede engel is een boodschap van scheiding. Het is het resultaat van oprechte gelovigen, die proberen om op een hoger niveau te komen in zaken, die God betreffen, terwijl anderen achterblijven door de lichtstralen, die van de hemelse troon schijnen, te weigeren.
Wat is echte opwekking?
De apostel Paulus verklaart:
‘Nu verblijd ik mij, niet omdat gij bedroefd zijt geweest, maar omdat gij bedroefd zijt geweest tot bekering; want gij zijt bedroefd geweest naar God; zodat gij in geen ding schade van ons geleden hebt. Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt de dood. Want ziet, ditzelfde dat gij naar God zijt bedroefd geworden, hoe grote naarstigheid heeft het in u gewerkt? Ja, verantwoording, ja, onlust, ja, vrees, ja, verlangen, ja, ijver, ja, wraak; in alles hebt gij uzelf bewezen rein te zijn in deze zaak’ (2 Korinthe 7:9-11).
‘Geeft de goddeloze het pand terug, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zeker leven’ (Ezechiël 33:15-16).
“De meest nuttige bijeenkomsten voor geestelijke vooruitgang zijn, die welke gekenmerkt worden door plechtigheid en een diep onderzoek van het hart; waarbij ieder zichzelf probeert te leren kennen, en oprecht en in diepe nederigheid probeert te leren van Christus.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 412.
De vervalsing: valse opwekking
Zij die onder invloed staan van een valse opwekking, zoals de Heer aan de profeet Ezechiël beschreef, gedragen zich als volgt: ‘En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na. En ziet, gij zijt hun als een lied der minne, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet’ (Ezechiël 33:31-32).
‘dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver van Mij’ (Matthéüs 15:8).
‘Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtingen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigen, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. En dit waart gij sommigen: maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest van onze God’ (1 Korinthe 6:9-11).
“Geestelijke opwekkingen leidden tot grondig gewetensonderzoek en nederigheid. Ze werden gekenmerkt door een ernstig, plechtig beroep op de zondaar, door een vurig verlangen om te worden vrijgekocht door het bloed van Christus. Mannen en vrouwen smeekten God om Zijn genade, en worstelden met Hem om de redding van hun ziel. De resultaten van zulke opwekkingen waren merkbaar bij de mensen, die niet terugdeinsden voor zelfverloochening en offers, maar zich verheugden over het feit, dat ze waardig bevonden waren om moeilijkheden en beproevingen te ondervinden ter wille van Christus. De mensen zagen de verandering in het leven van de gelovigen, die de naam van Jezus hadden aangenomen…
Maar veel godsdienstige opwekkingen van de laatste tijd verschillen erg veel van de uitingen van Gods genade, die vroeger de inspanningen van Gods boodschappers bekroonden. Er is wel veel belangstelling voor de boodschap, velen zeggen, dat ze bekeerd zijn, en veel mensen sluiten zich aan bij de kerken, maar de resultaten zijn niet van dien aard, dat men een bloei in het geestelijk leven mag verwachten, die hieraan beantwoordt. Het licht, dat voor een korte tijd opflakkert, dooft spoedig weer uit, en laat een nog grotere duisternis achter.” –De Grote Strijd, blz. 429.
“De leraren van het spiritisme zullen op een aangename, betoverende manier komen om u te misleiden, en als u naar hun fabels luistert, wordt u verleid door de vijand van de rechtvaardigheid en zult u zeker uw beloning verliezen. Wanneer de fascinerende invloed van de aartsbedrieger u eenmaal overwint, wordt u vergiftigd, en zijn dodelijke invloed vervalst en vernietigt uw geloof in Christus’ wezen als de Zoon van God, en u houdt op te vertrouwen op de verdiensten van Zijn bloed… Satan heeft de meest zekere, fascinerende waan gekozen, berekend om de sympathie te grijpen van degenen, die hun geliefden in het graf hebben gelegd. Boze engelen nemen de vorm aan van deze geliefden, en vertellen incidenten, die verband houden met hun leven, en verrichten daden, die hun vrienden tijdens hun leven hebben verricht. Op deze manier bedriegen en leiden ze de nabestaanden van de doden ertoe te geloven, dat hun overleden vrienden engelen zijn, die om hen heen zweven en met hen communiceren, wat zij met een zekere afgoderij beschouwen. Wat zij zeggen heeft een grotere invloed op hen dan het woord van God. Deze boze engelen, die aannemen dat ze dode vrienden zijn, zullen Gods woord ofwel volkomen verwerpen als ijdele verhalen, of als het hun het beste uitkomt, de vitale delen selecteren, die getuigen van Christus en de weg naar de hemel wijzen, en de duidelijke uitspraken van het woord van God veranderen om ze aan te passen aan hun eigen verdorven aard, en zielen ruïneren…
Bedrogen stervelingen aanbidden boze engelen, in de veronderstelling dat het de geesten van hun dode vrienden zijn. Het woord van God verklaart uitdrukkelijk, dat ‘de doden geen deel meer hebben in deze eeuw in alles, wat onder de zon geschiedt’ (Prediker 9:6). Spiritisten zeggen, dat de doden alles weten, wat onder de zon wordt gedaan, dat ze communiceren met hun vrienden op aarde, waardevolle informatie geven en wonderen verrichten… Hij (Satan) werkt met alle bedrieglijkheid van onrechtvaardigheid. Hij, die een weinig lager werd gemaakt dan de engelen, kon de Zoon van God oppakken en Hem op een toppunt van de tempel kon plaatsen en Hem naar een buitengewoon hoge berg kon brengen om de koninkrijken van de wereld voor Hem te presenteren, kan zijn macht uitoefenen op de menselijke familie, die in kracht en wijsheid ver onder de Zoon van God staat, zelfs nadat Hij de natuur van de mens op Zich had genomen. In deze gedegenereerde tijd heeft Satan de macht over stervelingen, die afwijken van het recht en zich op zijn terrein wagen. Hij oefent zijn macht op zulke mensen op een alarmerende manier uit. Ik werd gewezen op deze woorden: ‘dat dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vlees’ (Kolossensen 2:18). Sommigen, zo werd mij getoond, bevredigen hun nieuwsgierigheid en knoeien met de Duivel. Ze hebben geen echt geloof in spiritisme en zouden met afschuw terugdeinzen bij het idee een medium te zijn. Toch wagen ze het en plaatsen zichzelf in een positie, waarin Satan zijn macht op hen kan uitoefenen. Zij bedoelen niet diep in dit werk binnen te gaan, maar merken niet, wat zij doen. Zij wagen zich op grond van de Duivel om hen te beheersen. Deze krachtige vernietiger dit als zijn wettige prooi en oefent zijn macht op hen uit en dat tegen hun wil. Als zij zichzelf willen leiden, kunnen zij dit niet. Zij hebben hun geest overgegeven aan Satan en hij houdt hen gevangen, en ze zullen niet bevrijd worden van zijn eisen. Geen macht kan de verstrikte ziel bevrijden, alleen de macht van God, in antwoord op de ernstige gebeden van deze trouwe gelovigen.
De enige veiligheid is nu om te zoeken naar de waarheid, zoals geopenbaard in het woord van God, als naar verborgen schatten. De Sabbatkwestie en de mens, die niet onsterfelijk is, en het getuigenis van Jezus zijn de grote en belangrijke waarheden, die begrepen moeten worden, die zullen blijken als een anker om Gods volk in deze gevaarlijke tijden vast te houden. Maar de massa veracht de waarheden van Gods woord en geeft de voorkeur aan fabels. 2 Thessalonicensen 2:10-11: ‘Omdat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden. En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven’.” –The Review and Herald, 18 februari 1862.
Geïnfiltreerd door spiritualisme: tongen en occultisme
Hoe tragisch is het, dat zoveel hedendaagse kerkopwekkingen niet van God komen, maar gebaseerd zijn op extatische emotie. ‘Zo zult gij ze dan aan hun vruchten kennen. Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heere, Heere! Zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet, de wil van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt’ (Matthéüs 7:20-23).
“Sommigen van deze personen (in een beweging in 1854 met fanatieke opvattingen) hebben oefeningen, die ze gaven noemen en zeggen, dat de Heer deze in de gemeente heeft geplaatst. Ze hebben een betekenisloze onzin, die ze de onbekende tongen noemen, die niet alleen onbekend is bij de mens, maar ook bij de Heer en de hele hemel. Zulke gaven worden vervaardigd door mannen en vrouwen, geholpen door de grote bedrieger. Fanatisme, valse opwinding, vals spreken in tongen en luidruchtige oefeningen worden beschouwd als gaven, die God in de gemeente heeft geplaatst. Sommigen zijn hier misleid. De vruchten van dit alles zijn niet goed geweest. ‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen’ (Matthéüs 7:16). Fanatisme en lawaai worden beschouwd als speciale bewijzen van geloof. Sommigen zijn niet tevreden met een bijeenkomst, tenzij ze een krachtige en gelukkige tijd hebben.
Ze werken hiervoor en krijgen een opgewonden gevoel. Maar de invloed van zulke bijeenkomsten is niet gunstig.
Als de gelukkige vlucht van het gevoel verdwenen is, zinken ze dieper dan vóór de ontmoeting, omdat hun geluk niet uit de juiste bron kwam.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 412.
De zogenaamde gave van tongen (glossolalie) in moderne charismatische oplevingen is dezelfde extatische uiting, die gevonden wordt in het vroege mormonisme, heidense religies, culten en zelfs het occulte. Dit is niet de gave van talen, die aan de vroege christelijke discipelen werd geschonken voor de verkondiging van het evangelie onder buitenlanders. Het is een vervalsing.
“Recente studies hebben aangetoond, dat glossolalie geen uniek christelijke praktijk is. Glossolalia wordt beoefend door een groot aantal inheemse niet-christelijk levende religies over de hele wereld. Glossolalia wordt gevonden onder de Inuit (Eskimo’s), de Saami (Lappen), in Japanse seances in Hokkaido, in een kleine sekte geleid door Genji Yanagide van Moji City, de sjamanen in Ethiopië in de zar-cultus en verschillende geesten in Haïtiaanse voodoo. L. Carlyle May toont aan, dat glossolalie in niet-christelijke religies aanwezig is in Maleisië, Indonesië, Siberië, Arctische gebieden, China, Japan, Korea, Arabië en Birma, naast andere plaatsen. Het is ook uitgebreid aanwezig in Afrikaanse tribale religies.” –https://www.meta-religion.com/Linguistics/Glossolalia/historyof-glossolalia.htm
“De leer van het bewustzijn van de mens in de dood, met name het geloof dat geesten van de doden terugkeren om de levenden te dienen, heeft de weg vrijgemaakt voor het moderne spiritisme… Terwijl hij zogenaamd de levenden in contact brengt met de doden, oefent de vorst van het kwaad een betoverende invloed uit op hun geest.
Satan kan de gedaante van hun gestorven vrienden voor de mensen doen verschijnen. De vervalsing is volmaakt; de bekende trekken, de woorden en de stem worden buitengewoon nauwkeurig nagebootst. Velen vinden troost in de verzekering, dat hun geliefden de hemelse gelukzaligheid smaken en volgen ‘dwaalgeesten en leringen van boze geesten’, zonder dat zij zich van enig gevaar bewust zijn. (1 Timótheüs 4:1).” –De Grote Strijd, blz. 505-506.
“In de kerken, die hij onder zijn bedrieglijke heerschappij kan brengen, zal hij het doen vóórkomen, alsof Gods bijzondere zegen is uitgestort. Men zal de indruk krijgen, dat er weer een grote belangstelling is voor alles wat met godsdienst te maken heeft. Veel mensen zullen er zich over verheugen, dat God op zo’n wonderbaarlijke manier met hen handelt, terwijl het in feite het werk van een andere geest is. Satan zal onder het mom van godsdienstigheid zijn invloed op de christelijke wereld proberen te vergroten.” –De Grote Strijd, blz. 430-431.
“Maar het spiritisme, dat honderdduizenden, ja zelfs miljoenen bekeerlingen maakt, dat doorgedrongen is in wetenschappelijke kringen, dat de kerken is binnengeslopen, dat aanvaard is in regeringskringen en zelfs in de paleizen van koningen, dit reusachtige bedrog is slechts een herleving in een nieuwe gedaante, van de vroeger veroordeelde en verboden zwarte kunst.” –De Grote Strijd, blz. 512.
Omdat de meeste belijdende christelijke kerken geloven, dat de doden zich in een staat van bewustzijn bevinden, zijn ze rijp om de waanideeën van het spiritisme te accepteren.
‘Daarom, hoort het woord des HEEREN, gij bespotters, gij heersers over dit volk, dat te Jeruzalem is. Omdat gij zegt: Wij hebben een verbond met de dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt, wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen, want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld en onder de valsheid hebben wij ons verborgen’ (Jesaja 28:14-15).
“Wanneer het spiritisme door de kerken wordt aanvaard, zal alles, wat het vleselijke hart nog in toom houdt, worden weggenomen. De godsdienst zal dan een dekmantel worden om de laagste vormen van ongerechtigheid te verbergen. Het geloof in spiritistische verschijnselen zal de deur openen voor verleidende geesten en leringen van duivelen. Op die manier zullen de boze engelen zich in de kerken doen gelden.” –De Grote Strijd, blz. 558.
Zo zullen ze ten prooi vallen aan het bedrieglijke werk van Satan door middel van tekenen en leugenachtige wonderen.
“De Bijbel zegt, dat vóór de wederkomst van Christus Satan ‘met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid’ zal werken. Zij, die ‘de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden’ zullen een dwaling ontvangen, ‘die bewerkt, dat zij de leugen geloven’ (2 Thessalonicensen 2:9-11). Pas wanneer deze voorwaarde is vervuld en in de hele christelijke wereld volledig is bereikt, zal Babylon helemaal vallen. Deze verandering vindt geleidelijk plaats, en de volledige vervulling van Openbaring 14:8 ligt nog in de toekomst.” –De Grote Strijd, blz. 365.
De profeet Jeremia voorzag een vreselijke toestand van zaken: ‘Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen van de boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een ieder van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra’ (Jeremia 23:14).
“De naamkerken zijn vervuld van hoererij en overspel, misdaad en moord, het resultaat van lage, wellustige hartstocht; maar deze dingen worden bedekt gehouden. Dienaren in hoge plaatsen zijn schuldig; toch bedekt een mantel van godsvrucht hun duistere daden, en zij gaan van jaar tot jaar door in hun loop van huichelarij. De zonden van de naamkerken hebben de hemel bereikt, en de oprechten van hart zullen aan het licht worden gebracht en eruit komen…
Niet allen, die belijden de geboden van God te houden, bezitten hun lichaam in heiliging en eer. De meest plechtige boodschap, die ooit aan stervelingen is toevertrouwd, is aan dit volk toevertrouwd, en zij kunnen een krachtige invloed hebben, als zij erdoor geheiligd willen worden. Zij belijden op het verheven platform van eeuwige waarheid te staan en al Gods geboden te houden; daarom, als zij zich overgeven aan zonde, als zij hoererij en overspel plegen, is hun misdaad tien keer zo groot als die van de klassen, die ik heb genoemd, die de wet van God niet als bindend voor hen erkennen. In een bijzondere zin onteren zij, die belijden Gods wet te houden, Hem en smaden zij de waarheid door haar voorschriften te overtreden.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 449-451.
‘Maar laat ook onder u hoererij en alle onreinheid, of gierigheid niet genaamd worden, gelijk het de heiligen betaamt’ (Efeze 5:3).
Het definitieve onderscheid
Uiteindelijk zal er een duidelijk onderscheid zijn tussen de naamkerken en Gods overblijfsel. ‘En onderwijst ons, dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld. Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus. Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken’ (Titus 2:12-14).
‘Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus’ (Openbaring 14:12).
“Het zal spoedig bekend worden wie aan de kant van de Heer staat, die zich voor Jezus niet zal schamen.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 287.
‘Dan zult gij weer zien, het onderscheid tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen hem, die God dient, en hem, die Hem niet dient’ (Maleáchi 3:18).