Bij het haardvuur

De Wereld Ingaan - Gebedsweek December 2025

Bij het haardvuur

Door Miguel Mendoza, Australië. Sabbat, 6 december 2025.

Inleiding

“Wij moeten van ons huisgezin een Bethel maken, van ons hart een gebedsplaats. Overal waar Gods liefde in de ziel zal worden bewaard, zal er vrede, licht en blijdschap zijn. Jezus wenst gelukkige huwelijken te zien, een gelukkige huiselijke haard.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 255.

In de 19e eeuw was de open haard in de Amerikaanse context een centraal onderdeel van het huiselijk leven, vooral in een tijdperk vóór de komst van moderne verwarming of elektriciteit. Het was de plek, waar gezinnen samenkwamen voor warmte, licht en verbondenheid. Zuster White gebruikt de uitdrukking “bij het haardvuur” om persoonlijke, relationele en geestelijke betrokkenheid te benadrukken in een omgeving, die haar publiek direct zou herkennen als vertrouwd en betekenisvol. Voor haar zouden we dus kunnen zeggen dat “bij het haardvuur” niet zomaar een fysieke locatie is; het is een symbool van nabijheid, vertrouwen en de mogelijkheid om invloed uit te oefenen, om de leden van een huishouden te instrueren om te leven naar het licht dat God Zijn volk heeft gegeven en dit met iedereen in de wereld te delen. Laten we, met dit in gedachten, ons onderwerp voor vandaag eens bekijken en leren van de verschillende lessen, die we kunnen halen uit Gods woord en de pen van inspiratie.

In de kindertijd

Tijdens mijn jeugd hadden we geen open haard, ook al was het in mijn geboorteplaats het grootste deel van het jaar koud. Maar ik herinner me, dat ons huis een plek was, waar we samen konden komen, alsof we “bij de open haard” zaten tijdens de eredienst en andere gelegenheden, en waar we even de Heer konden prijzen en Zijn Woord konden bestuderen. Mijn moeder kon belangrijke levenslessen met ons delen, die ik mij nog steeds met liefde herinner. Ze volgde de instructie in Spreuken 22:6 op: “Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg, als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.” Ik kan uit eigen ervaring duidelijk zien, dat die lessen erg belangrijk waren om me te helpen beslissingen te nemen, die zouden bepalen of ik de Heer zou volgen of niet. Ik dank de Heer voor Zijn Woord en de beloften die erin staan.

“In kindertijd en jeugd is het karakter het meest bevattelijk voor indrukken. De kracht tot zelfbeheersing zou dan verkregen moeten worden. Bij het haardvuur en in de familiekring worden invloeden uitgeoefend waarvan de resultaten durend zijn voor de eeuwigheid. Meer dan enig natuurlijk verkregen talent, bepalen gewoonten, gevormd in de jonge jaren, of een mens overwinnend of overwonnen wordt in de strijd des levens.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 238.

Abraham en Sara

We horen over Abraham, zijn geloof, zijn tekortkomingen, maar ook over het werk dat hij thuis deed, en dat geldt ook voor de mensen die voor hem werkten, zijn dienaren. Hij ontving een belofte van God: “En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten van het aardrijk gezegend worden” (Genesis 12:3). Waarom zouden alle geslachten van het aardrijk in hem gezegend worden? Omdat hij door zijn verbondenheid met Christus een voorbeeld gaf in het gehoorzamen van Gods stem, zoals we lezen in Genesis 26:5: “Omdat Abraham naar Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.” Bovendien zou hij zijn gezin onderwijzen en instrueren in de wegen van de Heer die getuigden: “Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gericht, opdat de HEERE over Abraham brenge, wat Hij over hem gesproken heeft” (Genesis 18:19).

Hij stond echter niet alleen in deze onderneming. Zijn vrouw Sara was bij hem en ze deden beiden uitstekend werk “bij de haard”, aangezien ze iedereen in hun huis nauwgezet instrueerden tijdens hun reis naar het beloofde land: “Onder hen bevonden zich velen, die niet alleen voor dienst en eigen belangen maar door hogere drijfveren geleid werden. Tijdens hun verblijf in Haran hadden Abraham en Sara anderen gebracht tot het dienen van de ware God. Zij voegden zich bij het huishouden van de aartsvader en vergezelden hem naar het land der belofte.” –Patriarchen en Profeten, blz. 100.

Uit de ervaringen van Abraham en Sara, die samenwerkten voor het koninkrijk van God, blijkt duidelijk, dat zowel vader als moeder een belangrijke rol spelen in de opvoeding van hun gezin in de wegen van de Heer.

Ouders en gezinnen

In mijn bediening heb ik bij verschillende gelegenheden, tijdens het bezoeken van gezinnen, samen met hen aanbeden tijdens gebedsmomenten “bij de haard”. Het is prachtig om te zien hoe toegewijd en hard ouders zich inzetten om deze belangrijke tijd als gezin te beleven. Het is een zegen om samen te bidden, te loven en te lezen, en een specifieke tijd te reserveren om samen te komen om onze Heer te aanbidden en diepgaande gesprekken te voeren over geestelijke zaken. Zo vervullen ze hun plicht om Immanuels met bloed bevlekte banier te verheffen tegen de pijlen van de vijand. Het is belangrijk om te onthouden dat het gezin het beste zendingsveld is.

“Ouders zouden met hun kleintjes over Jezus en het verlossingsplan moeten praten. Ze zouden waardevolle lessen uit het leven en karakter van Christus in de gedachten van hun kinderen moeten verweven, zodat zij volgelingen van Christus en erfgenamen van het eeuwige leven kunnen worden. Er wordt veel gesproken over zendingswerk in het buitenland, maar het werk thuis wordt verwaarloosd. Het grootste zendingsveld ligt vlak bij de haard, en de grootste behoefte ligt bij vaders en moeders in Israël. Wanneer ouders zich de grote verantwoordelijkheid, die op hen rust, beginnen te realiseren, zullen ze dit zendingswerk thuis oppakken en hun kinderen opvoeden voor de hemel. Ze zullen hun kleintjes regel op regel en voorschrift op voorschrift geven.” –The Review and Herald, 21 april 1891.

“Ons werk voor Christus moet beginnen thuis in het gezin. De opvoeding van de jeugd moet geschieden op een andere manier dan in het verleden is toegepast. Hun welzijn vereist veel meer arbeid dan aan hen besteed is. Er is geen belangrijker zendingsveld dan dit. Door voorschrift en voorbeeld moeten de ouders hun kinderen leren voor onbekeerden te werken. De kinderen moeten zo worden opgevoed, dat ze hun medeleven zullen betonen aan zieken en bejaarden en dat ze het lijden van de armen en ellendigen zullen proberen te verlichten. Men moet hen leren ijverig te zijn in het zendingswerk, en vanaf hun prilste jeugd zal hun zelfverloochening en het brengen van offers ten bate van anderen en de vooruitgang van Christus’ werk moeten worden ingescherpt, opdat zij medearbeiders van Christus worden.

Maar wanneer zij ooit leren een waarachtig zendingswerk voor anderen te doen, moeten ze eerst leren te arbeiden voor degenen in het gezin, die op hun werken der liefde een natuurlijk recht hebben. Een kind moet geleerd worden zijn deel in het huishouden te doen. Het moet zich nooit schamen zijn handen te gebruiken om de lasten in het gezin te helpen verlichten of om gauw een boodschap te doen. Wanneer het op deze wijze bezig is, zal het zich niet begeven op paden der onachtzaamheid en zonde. Wat worden door kinderen en opgroeiende jeugd niet vele uren verspild, die besteed hadden kunnen worden om ergens hun jonge schouders onder te zetten en mee te helpen de gezinsmoeilijkheden te verlichten, die deze of gene toch moet dragen, terwijl aldus een liefdevolle belangstelling voor vader en moeder getoond wordt. Men moet hen ook de ware beginselen van de gezondheidshervorming en de verzorging van het eigen lichaam bijbrengen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 61-62.

Och “door velen is dit gezinsveld schromelijk verwaarloosd en het is tijd, dat op Goddelijke hulpbronnen en genezing wordt gewezen, opdat er in deze ergerlijke toestand verbetering mag komen. Welke verontschuldiging kunnen de belijdende navolgers van Christus aanvoeren, dat ze verzuimd hebben hun kinderen op te voeden om voor Hem te werken?” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 62-63.

Beste ouders, thuis heeft onze jeugd speciale zorg nodig, omdat we het kwaad in de wereld voortdurend zien toenemen. “Het gigantische kwaad van onmatigheid doet zijn verderfelijke werk in ons land. Satan heeft overal zijn handlangers, die instrumenten in zijn handen zijn, om onze jeugd te verleiden en te ruïneren. Zou de waarschuwende stem niet bij ons thuis gehoord kunnen worden? Zullen we onze jeugd niet, door voorschrift en voorbeeld, ertoe aanzetten om te verlangen naar hoge prestaties, naar nobele doelen en heilige doeleinden? Dit werk is geen licht of een klein werk; maar het is een werk dat zal lonen. Eén jongere, die door de juiste thuisopvoeding is onderwezen, zal solide hout in zijn karaktervorming brengen, en door zijn voorbeeld en leven, als zijn krachten op de juiste manier worden gebruikt, zal hij een kracht in onze wereld worden, die anderen omhoog en verder leidt op het pad van gerechtigheid. De redding van één ziel is de redding van vele zielen.” –The Review and Herald, 10 juli 1888.

Evangeliewerkers

In het boek Evangelism bijvoorbeeld doet de boodschapper van de Heer de volgende oproep: “Aan allen die met Christus werken, zou ik willen zeggen: Waar u ook toegang hebt tot de mensen bij de haard, grijp uw kans. Neem uw Bijbel en leg de grote waarheden ervan voor hen open.” –Evangelism, blz. 436. Hier, in ons werk voor de Heer, worden we aangespoord om mensen te ontmoeten, waar ze zich op hun gemak voelen, in hun eigen huis, en die intieme ruimte te gebruiken om geloof te delen. Het haardvuurbeeld impliceert een ontspannen, persoonlijke interactie, in tegenstelling tot formele preken of publieke debatten. Een hart-tot-hart benadering wordt aangemoedigd bij het verspreiden van Gods boodschap, wat aansluit bij de bredere nadruk op praktisch christendom en persoonlijke bediening.

Nog een belangrijke oproep aan degenen onder ons die betrokken zijn bij de bediening en het Bijbelwerk: “Mijn broeders in de bediening, open uw deuren voor jonge mensen, die aan verleiding worden blootgesteld. Kom dicht bij hen door persoonlijke inspanning. Het kwaad nodigt hen van alle kanten uit. Probeer hen te interesseren voor datgene, wat hen zal helpen een hoger leven te leiden. Houd u niet afzijdig van hen. Neem hen mee naar uw haard; nodig hen uit om samen met u rond het familiealtaar te zitten. Laten we de aanspraak van God op ons gedenken om het pad naar de hemel helder en aantrekkelijk te maken.” –Gospel Workers, blz. 212.

“Ik zag dat predikanten, die in woord en leer werkten, een groot werk voor zich hebben en er een zware verantwoordelijkheid op hen rust. Ik zag dat ze, wanneer ze werken, niet dicht genoeg bij het hart komen. Hun werk is te algemeen en vaak te verspreid. Hun werk moet geconcentreerd zijn op juist die mensen, voor wie ze werken. Wanneer ze achter de lessenaar preken, is hun werk pas begonnen. Ze moeten hun prediking dan in de praktijk brengen, zich er altijd van bewust zijn, dat ze de zaak van God niet in diskrediet brengen. Ze moeten het leven van Christus door voorbeeld illustreren. 1 Korinthe 3:9, ‘Want wij zijn Gods medearbeiders.’ 2 Korinthe 6:1, ‘En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben’. Het werk van de predikant is niet gedaan, wanneer hij zijn bureau verlaat. Hij moet dan niet de last van zich afwerpen en zijn gedachten bezighouden met lezen of schrijven, tenzij het echt nodig is; maar moet zijn publieke werk voortzetten met persoonlijke inspanningen, persoonlijk werken voor zielen wanneer de gelegenheid zich voordoet, gesprekken voeren rond de haard, zielen in Christus’ plaats smekend en dringend verzoekend om met God verzoend te worden. Ons werk hier zal spoedig eindigen, ‘en ieder mens zal zijn eigen loon ontvangen naar zijn eigen arbeid’.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 432.

Het is deze inspanning bij de haard, dit huiswerk, dat met een opvallend succes gepaard gaat. Probeer het eens, broeders in de bediening. Sommigen van onze predikanten houden niet van dit soort werk. Ze schuwen het. Er kleeft een kruis aan zulke persoonlijke inspanningen, maar dit is de inspanning die de mensen moeten leveren, als ze de niet populaire waarheid omarmen. In dit nauwe contact met zielen, die in duisternis verkeren, kan ons licht effectiever schijnen, rechtstreeks op de duisternis, en zullen ze door ons gedrag, onze conversatie, onze plechtige maar opgewekte, hoffelijke manieren zien, dat de genade van God met ons is en dat de vrede van de hemel in hun huizen wordt gebracht. Ze zullen betoverd worden door de waarheid, die met zulke gezegende resultaten gepaard gaat.” –Manuscript Releases, vol. 7, blz. 37.

Het volgende citaat maakt deel uit van de toespraken tot de predikanten die in hun hoedanigheid van Generale Conferentie bijeen waren in Battle Creek, Michigan, tijdens hun ochtendbijeenkomst op 9 november 1883: “Wat een heilige opdracht heeft God ons toevertrouwd door ons tot zijn dienaren te maken om te helpen bij het werk van het redden van zielen. Hij heeft ons grote waarheden toevertrouwd, een zeer plechtige, beproevende boodschap voor de wereld. Onze plicht is niet alleen om te prediken, maar om te dienen, om dicht bij de harten te komen, om persoonlijke inspanningen te leveren bij de haard. We moeten onze toevertrouwde talenten met vaardigheid en wijsheid gebruiken, zodat we het kostbare licht van de waarheid op de meest aangename manier kunnen verspreiden, de manier die het meest geschikt is om zielen te winnen.” –The Review and Herald, 15 april 1884.

Toegewijde christenen

De Heer Jezus gaf Zijn volk een opdracht, die onmiddellijk gehoorzaamd moet worden. We lezen in Matthéüs 28:19-20: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding der wereld. Amen.”

Het is ons voorrecht om deze woorden te horen en ernaar te handelen. “Het is niet Gods bedoeling, dat predikanten het grootste deel van het werk van het zaaien van de waarheid aan hen moet overlaten. Mannen, die niet geroepen zijn tot de evangeliebediening, moeten worden aangemoedigd om voor de Meester te werken naar hun eigen vermogen. Honderden mannen en vrouwen die nu werkloos zijn, zouden een aanvaardbare dienst kunnen verrichten. Door de waarheid in de huizen van hun buren en vrienden te brengen, zouden ze een groot werk voor de Meester kunnen doen. God is niet iemand die de persoon aanneemt. Hij zal nederige, toegewijde christenen gebruiken, die de liefde van de waarheid in hun hart hebben. Laten zulke mensen zich inzetten voor Hem door van huis tot huis te werken. Zittend bij de haard kunnen zulke mannen, als ze nederig, discreet en godvruchtig zijn, meer doen om in de werkelijke behoeften van gezinnen te voorzien dan een predikant.” –Welfare Ministry, blz. 109.

Voor iedereen, die zich met dit belangrijke werk bezighoudt, wordt de haard een natuurlijk podium om het evangelie en de lessen over gezin, geloof en evangelisatie te delen. “Het brengen van de waarheid in liefde en eenvoud van deur tot deur is in overeenstemming met de instructie, die Christus gaf aan Zijn discipelen, toen Hij hen uitzond op hun eerste zendingsreis. Velen zullen bereikt worden door liederen, door nederige gebeden die uit het hart komen. De goddelijke Werker zal tegenwoordig zijn om de harten te overtuigen. Zijn belofte luidt: “Ik ben met u alle dagen”. Met de verzekering van de blijvende tegenwoordigheid van zo’n Helper kunnen we vol geloof, hoop en moed werken.” –De Daad bij het Woord, blz. 105. Wilt u dus door God gebruikt worden als een nederig instrument om anderen naar de voet van het kruis te leiden?

“Een van de meest effectieve manieren om het licht door te geven is door persoonlijk werk. In het gezin, bij uw buren thuis, aan het bed van een zieke, kunt u rustig de Bijbel lezen en een woord over Jezus en de waarheid spreken. Zo kunt u kostbaar zaad strooien, dat zal ontkiemen en vrucht zal dragen.” –De Daad bij het Woord, blz. 109.

Gods oproep

Zoals we vandaag hebben bestudeerd, is er een belangrijk werk te doen “bij de haard”, zowel voor onszelf als voor anderen. Als gemeente moeten we begrijpen, dat geestelijk werk zich niet beperkt tot de gemeente, het is het meest effectief in alledaagse, privémomenten. De haard is, vanuit dit oogpunt, een uitstekende plek om relaties op te bouwen en zaden van geloof en waarheid te planten, ver weg van de stijfheid van formele situaties.

Beste Reformatiebeweging-familie, laten we de Heer vragen onze geest en ons hart te openen om deze boodschap te ontvangen en de volgende oproep, die Hij voor u en mij heeft mee naar huis te nemen, nu we dit onderwerp afsluiten:

“De Heer zal onderzoeken, hoe we de talenten, die Hij ons heeft toevertrouwd, hebben gebruikt. Hij heeft het loon van Zijn eigen bloed, Zijn eigen zelfverloochening, offer en lijden betaald om de bereidwillige dienst van iedere ziel als arbeider samen met God veilig te stellen. Als iedereen zich maar verstandig verantwoordelijk zou voelen tegenover God om de gaven van de ons toevertrouwde talenten aan te wenden, wat een inkomsten zou God dan door Jezus Christus ontvangen! Het ene talent kan en zal toenemen door gebruik. De zogenaamd laagste gave, de nederigste dienst, kan geesten bereiken en harten beïnvloeden die degenen met grotere talenten niet zouden kunnen bereiken. Nu, nu, nu is onze meest gunstige tijd om te werken. Persoonlijk bezoek is van grote waarde. Uit liefde voor Jezus Christus en liefde voor de zielen van mensen moet de waarheid naar elk gezin worden gebracht, en moet erover worden gesproken bij elke haard, waartoe u toegang kunt vinden …

Houd in gedachten dat de Heilige Geest de werker is. De mens, die voor God werkt, staat niet alleen…

Werk in volharding, in tederheid, mededogen, gebed en liefde zal meer doen dan preken. De Heer Jezus, die Zijn leven gaf voor de redding van de wereld van de vloek van de zonde, had grotere dingen voor ogen dan onze ogen tot nu toe hebben gezien. De Heilige Geest wacht op kanalen, waardoor Hij kan werken…

Satan zal niet altijd zegevieren. De Geest van God zal over de gemeente worden uitgestort, zodra de vaten gereed zijn om die te ontvangen.” –That I May Know Him, blz. 330.

Moge de Heer ons rijkelijk zegenen en ons helpen dit werk bij de haard te doen, Amen!

Terug naar de uitgave